Wedstrijdbepalingen
 

1. Voor zover hierna niet anders is bepaald, zijn de bepalingen van het wedstrijdreglement van de KNDB van toepassing.

2. Er wordt met digitale klokken gespeeld. Het speeltempo is 50 minuten plus 10 seconden per zet (Fischer-systeem). De klok van de wit­speler wordt op het aanvangsuur door de arbiter in werking gesteld.

3. Er is geen mogelijkheid een beroep te doen op de arbitrageregeling.

4. Noteren is niet verplicht.

5. De paringen worden vastgesteld volgens het Zwitsers systeem. Er worden negen ronden gespeeld. De 1 e ronde is er een gewogen loting.

6. De eindstand wordt bepaald door de behaalde wedstrijdpunten. Indien meerdere spelers gelijk eindigen op de eerste of tweede plaats of om plaatsen waaraan rechten zijn verbonden, worden beslissingswedstrijden gespeeld. Als het om twee spelers gaat, spelen zij twee partijen. Is de stand dan nog gelijk, dan wordt er verder gespeeld tot een partij gewonnen wordt. Als het gaat om meer dan twee spelers dan spelen zij een enkelrondig beslissingstoernooi en zo nodig vervolgens zoveel enkelrondige beslissingstoernooien als nodig zijn. Voor alle beslissingswedstrijden geldt een speeltempo van vijf minuten plus drie seconden per zet en worden direct aansluitend aan het toernooi gespeeld.

7. Aan de plaatsing in de eindstand zijn de volgende rechten verbonden: de speler die als eerste eindigt, wordt de titel Pupillenkampioen van Nederland toegekend. De nummers 1 en 2 van de eindstand plaatsen zich, mits leeftijdsgerechtigd, voor de finale van volgend jaar. De nummers 1 en 2 van de eindstand plaatsen zich voor het EK jeugd. De nummer 3 van de eindstand wordt in de gelegenheid gesteld om op eigen kosten deel te nemen aan het EK jeugd.

8. Tijdens de ronden mag door de spelers onderling of met anderen, anders dan de arbiter of de wedstrijdleiding, niet worden gesproken.

9. De arbiter ziet er op toe dat er in de wedstrijdzaal niet wordt gerookt of te luid gesproken. De wedstrijdtafels staan op tenminste twee meter van het publiek.

10. De wedstrijdleiding berust bij de coördinator jeugd­zaken van de KNDB. De arbiter stelt de uitslag van de partij vast en registreert en rapporteert de uitslag van de wedstrijd aan de wedstrijdleiding. De definitieve uitslag van de wedstrijd wordt vastgesteld door de wedstrijdleiding.

11. Eventueel voorkomende geschillen worden, na overleg met de betrokken arbiter, beslist door de wedstrijdleiding. Indien het geschil volgens artikel 59 van het spel- en wedstrijdreglement van de KNDB daarvoor in aanmerking komt, kan tegen deze beslissing geprotesteerd worden bij de protestcommissie van de KNDB.